Jeroen Hoppenbrouwers schreef van de week een stuk over hoe hij denkt dat de markt rond hardware en licenties opgebouwd zou moeten worden. Ik vond het leuk om te lezen en ik denk dat dit idee nog verder uit te werken is. Daarom mijn poging:
Volgens mij zijn er 5 fasen te onderscheiden. De eerste fase is de fase van hardware. In deze fase draait de markt om de hardware en de rest volgt. Deze fase is over of loopt op zijn eind. De tijd dat mensen nieuwe computers kochten omdat de oude niet snel genoeg was of niet meer genoeg capaciteit had is over. Ook grote verschillen in de kwaliteit van hardware zijn er niet meer.
Daarna volgt de fase waarin alles om het operating system draait. Dit is de situatie die Jeroen schetst. Je koopt of huurt een besturingssysteem en je krijgt de computer erbij. We zijn redelijk klaar voor deze fase, ware het niet dat mensen weinig interesse hebben in welk besturingssysteem ze gebruiken. Ze zijn meer geïnteresseerd in de programma’s en de verbinding die de computer heeft.
Dat is dan wat mij betreft ook de volgende fase. De fase waarin men kiest voor een verbinding. De computer en het besturingssysteem volgen. De laatste jaren zijn er grote sprongen gemaakt in de snelheden van internetverbindingen en de limieten daarop. Waar er nu nog sprake is van een verbinding per huis of lokatie is er dan sprake van een verbinding per computer. Met netbooks zie je dit al een beetje. Je kunt een mobiel internetabonnement nemen met een bepaalde snelheid en datalimiet en je krijgt er een netbook met besturingssyteem bij.
De situatie waarbij iedere computer zijn eigen mobiele verbinding heeft maakt ook andere manieren van computeren mogelijk. Namelijk een model waarbij de computers werken als thin clients die verbinding maken met een centrale server. Je zou dit zelf kunnen bouwen maar grote voordelen zijn er nog niet op dit moment. Als je een login huurt op een centrale (citrix achtige) server krijg je computer, verbinding en besturingssyteem erbij. Hierbij ontzorg je mensen door alles centraal te regelen. Uiteindelijk worden dan alle computers interfaces voor een aantal grote computers die “het internet” vormen.
Een glimp van fase 5 zie je al in de App store voor de iPhone. Mensen betalen voor applicaties of functionaliteit. Als de vorige fases zijn doorlopen huren mensen hardware, besturingssyteem, verbinding en de toegang tot een centrale server al in voor een vast bedrag per maand. Maar dan ontbreekt eigenlijk nog het belangrijkste; de applicaties. Voor consumenten verwacht ik hier weinig van omdat ze tegen deze tijd alles in hun browser kunnen. Voor bedrijven geeft dit wel mogelijkheden. Ze huren nu toegang tot een applicatie, bijvoorbeeld een boekhoudapplicatie, en krijgen de rest erbij. Deze applicatie nemen ze niet af van de leverancier van de applicatie maar van de aanbieder van de centrale server uit de vorige stap. Deze fungeert als een soort broker van applicaties en levert daar de infrastructuur bij.
Dit alles is losjes gebaseerd op een presentatie van Kevin Kelly over de toekomst van het internet. Zijn presentatie kun je vinden op TED.com. Dit zijn heel veel ideeën in een post, als jullie het leuk vinden werk ik ze graag verder uit!
